Stichting Zaadgoed
voor biologische zaadteelt en veredeling
en behoud van biodiversiteit
Red onze zaden!

Beleidsinformatie

Onderaan deze pagina kunt u jaarverslagen downloaden

Beleidsplan van Stichting Zaadgoed 2015 -2025

Versie februari 2015

Achtergrond

Voor de biologische landbouw is het belangrijk dat er meer groente- en graanrassen beschikbaar komen die passen in de biologische landbouw, zowel vanuit de professionele veredelingssector als vanuit telers zelf. Er zijn allerlei initiatieven gericht op eigen zaaizaadvermeerdering en selectie van nieuwe rassen, in Nederland en Europa. Er is een ontwikkeling gaande waarbij meer telers (en consumenten) zich bewust worden en zich in willen zetten voor selectie en veredeling. Dit is belangrijk voor de biologische landbouw. Van belang is deze kiempjes goed te laten groeien.

1. Daarom stimuleert Stichting Zaadgoed het veredelen en selecteren van zaadvaste groente- en graanrassen voor de professionele biologische landbouw. Omdat de biologische landbouw een samenhangend systeem is, richt biologische veredeling zich niet alleen op een enkele eigenschap van een ras, maar op meerdere eigenschappen, zodat het ras past in de gehele bedrijfsvoering en mogelijk deze bedrijfsvoering verbetert (zogenaamde systeemveredeling). Bijvoorbeeld, betere beworteling is niet alleen goed voor nutriëntenefficiëntie en aanpasbaarheid aan de lokale omstandigheden, maar draagt ook bij aan een betere bodem, en daarmee aan het gehele systeem.

2. We richten ons speciaal op boeren-veredelaars die een sterke band en een levendige communicatie met hun consumenten hebben, zodat er farmer-based en community-based veredeling kan ontstaan.

Dit past bij de oorspronkelijke doelstellingen van Stichting Zaadgoed, vastgelegd in 1998:

1. Het bevorderen van een duurzaam beheer van onze cultuurgewassen door het gebruik van verantwoorde veredelingstechnieken;

2. Het bevorderen van  agro-biodiversiteit;

3. Ontwikkeling van veredelingsmethoden geëigend voor de biologische landbouw die vrij zijn van het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen;

en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

Hoe kunnen we deze doelen bewerkstelligen?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden is het belangrijk om in het kort te beschrijven wat veredeling is. Het technische verhaal is in het kort als volgt:

1.      Verzamelen / inventariseren geschikte (genetische) diversiteit (rassen, populaties, landrassen, genenbankmateriaal)

2.      Indien nodig ontwikkelen nieuwe diversiteit (kruisen)

3.      Gerichte selectie om hiermee het assortiment aan rassen te verbeteren (hetzij door bestaande rassen te verbeteren, of door nieuwe rassen te ontwikkelen)

4.      Testen van nieuwe potentiële rassen op geschiktheid voor biologische teelt

5.      Indien nodig, aanmelding nieuwe rassen.

De volgende sociaal-economische aspecten zijn belangrijk:

-        Voldoende bedrijven en/of  mensen die selectie uitvoeren, dit hangt samen met punt 3

-        Ketens die de nieuwe en verbeterde rassen willen vermarkten en/ of verwerken etc., dit hangt samen met punten 4 en 5

Wat zijn momenteel bottlenecks:

ad 1)          Op dit moment is het goed mogelijk om aan allerlei soorten uitgangsmateriaal te komen, hetzij direct via de markt, hetzij via Europese netwerken. Geen grote bottleneck

ad 2)          Per gewas verschillend: bij sommige gewassen hebben zaadvaste rassen veel gewenste eigenschappen (bv. ui), bij andere gewassen (bv. bloemkool, broccoli) is veel verbetering nodig om ze geschikt te maken voor de huidige eisen van de landbouw. Bij dergelijke gewassen is het nodig om kruisingen uit te voeren. Geen grote bottleneck

ad 3)          Het aantal selectie-activiteiten in Nederland is heel beperkt. Dit punt behoeft veel aandacht. Belangrijk hierbij voor mensen die interesse hebben, drempels te verlagen, hen te ondersteunen in hun selectiewerk. Grote bottleneck

ad 4)          Op dit moment zijn er projecten waarin nieuwe rassen getest worden (bv. Odin project).  Er is echter geen structurele basis waarin dit gebeurt. Belangrijke bottleneck

ad 5)          De aanmeldingskosten om een ras op de officiële rassenlijst te krijgen zijn hoog voor telers.  Bottleneck

 

Samenvattend: het belangrijkste punt is 3, gevolgd door 4 en 5.

Met betrekking tot punt 3 ondersteunt Stichting Zaadgoed mensen die met selectie bezig zijn. Activiteiten die vallen onder punt 1 en 2 en 4 worden ook ondersteund.

Met betrekking tot punt 5 heeft stichting Zaadgoed een Aanmeldingsfonds voor nieuwe rassen opgezet om een deel van de kosten te dragen.

Hoe kunnen we concreet bottlenecks oplossen in de komende tien jaar?

ad 3)

·        Training voor geïntegreerde zaadteelt: op welke kenmerken let je, per gewas, etc.
Hierbij ligt de nadruk vooral op eigen zaaizaadproductie. Een voordeel hiervan is een goede inbedding in de teelt. Men kan geleidelijk aan leren wat selectie inhoudt en hoe dit te integreren in de dagelijkse praktijk van het bedrijf. Belangrijk leer-element hierbij is dat activiteiten die horen bij eigen zaadteelt (selectie, oogst, drogen, schonen, bewaren, etc) niet zo veel tijd hoeven te kosten als je weet wat je moet doen eigenlijk heel simpel is als je weet hoe het moet). Degenen met meer ervaring kunnen er voor kiezen meer aan gewasontwikkeling te gaan doen.

·        Training bieden we gratis  of tegen geringe bijdrage. Als instandhouding goed lukt, kan de boer/veredelaar door naar selectie. Voor selectiewerk bieden we dan vergoeding aan. Netwerkbijeenkomsten organiseren over selectie door boeren, waarmee niet alleen kennis gedeeld wordt, maar ook de socio-technische inbedding verbeterd wordt: als het meer een groepsgebeuren wordt, is er meer sociale stimulans om verder te gaan, en kunnen meer technische dingen van elkaar geleerd worden. Professionele begeleiding is een integraal onderdeel van de netwerkbijeenkomsten, waarbij voldoende ruimte gewaarborgd wordt voor de eigen inzichten van telers. Bijvoorbeeld twee keer per jaar met alle boeren-veredelaars bij elkaar komen.

·        Compensatie van arbeid. Mogelijk moet hier meer nadruk liggen op een bepaalde groep gewassen met hoge prioriteit, bv koolgewassen. 

·        Actief langs gaan bij mensen die al bezig zijn met selectie, en hen bij de netwerkbijeenkomsten betrekken of bij andere telers in de regio.  Het stimuleren van mogelijkheid tot samenwerken heeft volgende voordelen:

o   stokje overnemen indien nodig

o   leren van elkaar

o   uitstraling naar andere partijen

·        Mogelijkheden laten zien. Nadruk bij dit punt is rassenvergelijkingen opzetten door meerdere telers binnen een regio, waarbij een deel van de arbeid voor het opzetten van de proeven vergoed wordt. Voorwaarde hierbij is dat meerdere telers meedoen en met elkaar leren. Hierdoor kan een klein lokaal netwerk verder verstevigd worden of uitgebreid. (Een concreet voorbeeld hiervan is een groep abonnemententelers in Noord-Brabant die nu de meerwaarde van zaadvaste rassen herkennen, en ook met eigen zaadteelt actief zijn / worden). Door telers opgezette rassenvergelijkingen zijn essentieel zodat ze zelf de meerwaarde van zaadvaste rassen kunnen herkennen. Twee belangrijkste doelgroepen hierbij zijn abonnemententelers en CSA telers.

ad 4)

·        het opzetten van rassenvergelijkingen met telers (zie laatste punt ad 3).

·        Verbinding met handel

o   Gebruik van rassen in de praktijk

o   Communicatie met consumenten

ad 5)

·        Mogelijk kan de handel hier ook een rol in spelen

=====================================