Stichting Zaadgoed
voor biologische zaadteelt en veredeling
en behoud van biodiversiteit
Red onze zaden!

Waarom biologische veredeling?

Selectie van aardappels

Biologische landbouw gaat anders met de plant om:
geen giftige beschermingsmiddelen, geen makkelijk opneembare kunstmest, geen monocultures maar een gezonde afwisseling van gewassen.
Biologische veredeling moet dus voor robuuste rassen zorgen, geen ‘kasplantjes’.
Er wordt ook meer op smaak gelet.

 

Van boerenselecties tot multinationals 

De landbouw is ontstaan doordat de mens 10.000 jaar geleden zelf planten is gaan zaaien en telen in plaats van verzamelen in het wild. Onze cultuurgewassen hebben zich sindsdien ontwikkeld door domesticatie uit wilde planten. Je zou kunnen zeggen dat plantenveredeling al duizenden jaren oud is. Tot 100 jaar geleden waren het meestal boeren die zelf zaad oogstten en daarvoor bepaalde planten selecteerden uit hun gewassen. Maar niet iedereen teelde alles zelf, dus handel in zaaizaad is zo oud als de landbouw. Omstreeks 1920 waren de belangrijkste principes van genetische vererving bekend en was de basis voor de moderne plantenveredeling gelegd. Dat het dna de drager is van erfelijke factoren werd pas in 1952 ontdekt, maar dat was voor het werken met genetische vererving niet essentieel. Vooral na WO2 is veredeling een vak geworden dat door gespecialiseerde zaadveredelingsbedrijven wordt uitgevoerd, steeds minder door universiteiten en instituten, en bijna niet meer door boeren. Tegenwoordig worden in Nederland in de professionele teelt geen boeren- of tuindersselecties meer gebruikt en zijn bijna alle zaden afkomstig van moderne kwekersrassen.

Doordat de prijs van zaden maar een heel klein deel van de totale teeltkosten uitmaakt, kunnen zaadveredelingsbedrijven voor goede rassen veel geld vragen. Een groot deel van de winst wordt gebruikt voor de veredeling van nog betere rassen. Zeer geavanceerde en dure technieken worden gebruikt om steeds sneller betere rassen te ontwikkelen, of om de race tegen muterende virussen en plagen vol te houden, die in de hand gewerkt worden door de onnatuurlijke monocultures en nadruk op zoveel mogelijk kilo’s. Zaadveredelingsbedrijven zijn hierdoor zeer kapitaal- en kennisintensief geworden.  De publieke veredelingsinstellingen die voor het algemeen belang werkten zijn opgeheven. De veredelingsbedrijven in de private sector zijn bijna allemaal opgekocht door multinationals die landbouwgiffen maken, zodat biologische veredeling voor hen minder winstgevend is. Zo heeft de producent van onkruiddoder Roundup, Monsanto, voor een half miljard De Ruiter Seeds opgekocht en direct de afdeling biologische zaden gesloten, omdat die rassen geen gif nodig hebben en dus voor Monsanto minder winstgevend zijn.

Biologische plantenveredeling

Ook de biologische landbouw is vaak nog afhankelijk van rassen die door deze zaadbedrijven ontwikkeld zijn, zoals rassen met resistenties tegen plagen. Langzamerhand komen er bedrijven die zaden voor de biologische landbouw leveren. Niet alleen dezelfde rassen op biologische wijze verbouwd, maar ook rassen die speciaal voor de biologische landbouw ontwikkeld zijn. Biologische veredeling is méér, net zoals biologische landbouw meer is dan alleen geen gif spuiten en geen kunstmest strooien.

Keuzes in de technieken

In de biologische veredeling kijken we met respect naar de natuurlijke grenzen van de plant. Als een kool niet van nature met een boterbloem of een kwal gekruist kan worden, dan respecteren we dat. We kijken wat de rijkdom aan soorteigen variëteit te bieden heeft, en dat is heel veel. Zo heeft akkerbouwer Niek Vos met de hulp van Stichting Zaadgoed een aardappel veredeld die resistent is tegen de gevreesde ziekte Phytophtora: Niek’s Witte. Terwijl de technolobby steeds maar riep, en blijft roepen, dat dat alleen kan met genetische manipulatie.

De biologische veredeling maakt dus vaak andere keuzes in de veredelingstechnieken. Technieken die naar ons gevoel en idee de integriteit van de plant aantasten, worden niet gebruikt, zoals genetische manipulatie maar ook andere invasieve vormen van biotechnologie. We richten ons in plaats daarvan op soorteigen kruisingen en selectie onder biologische omstandigheden. Dat betekent dat de planten gezond en goed groeien zonder de inzet van pesticiden en kunstmest.

Keuzes in de veredelingsdoelen

De biologische veredeling kiest als veredelingsdoelen  eigenschappen als smaak, brede ziekteweerstand, onkruidonderdrukkend vermogen, mineralen-efficiëntie (toekunnen met weinig mest), diepe beworteling, robuustheid, voedingskwaliteit, en biodiversiteit: variatie voor seizoen en regio. Maar natuurlijk is ook de kilo-opbrengst een doel, want de boer moet kunnen verkopen en het prijsverschil mag niet te groot zijn.

Voor de niet-biologische landbouw kijkt de veredelaar vooral naar kilo-opbrengst, kostprijs, machinale bewerkbaarheid, uniform oogsttijdstip, geschiktheid voor grootschalige cultuur en lange houdbaarheid. De rassen die de gangbare veredeling voortbrengt zijn gericht op high input (chemicaliën en mechanisatie) en zijn daarom niet optimaal voor de biologische landbouw die juist zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest een stabiele productie nastreeft.

Vakkennis

Oude rassen voldoen soms nog goed aan de eisen van de biologische boer en consument. Daarom is de instandhouding van oude rassen niet alleen vanwege de biodiversiteit gewenst, maar ook lekker en nuttig. Er kunnen eigenschappen in zitten die we later nodig hebben als we ziekteresistenties in willen kruisen in nieuwe rassen. Ook voor de instandhouding van oude rassen is vaak vakkennis van de biologische veredelaar nodig, zoals bij de selectie op soortechtheid en bij het vermijden van plantenziekten die via het zaad worden overgedragen.

Zaadvaste rassen

Stichting Zaadgoed richt zich op projecten waar zaadvaste rassen worden veredeld of in stand gehouden. Dit zijn rassen die hun eigenschappen behouden in de volgende generatie. Zaadvastheid is de normale situatie bij alle natuurlijke soorten en variëteiten. Dus de boer kan zelf zijn zaadgoed telen en is niet per se afhankelijk van zaadbedrijven. Maar de zaadbedrijven willen hun investeringen (zo ruim mogelijk) terugverdienen. Daarom zijn ze naar manieren gaan zoeken waardoor de boer elk jaar opnieuw zijn zaad moet kopen. Dat kan door hybrides en genetische manipulatie.

Hybrides

De belangrijkste manier om de boer afhankelijk te maken van de zaadhandel is door F1-hybrides te leveren. Als de boer daar zaad van wint en dat weer uitzaait, is de oogst onverkoopbaar omdat in de volgende generatie, de F2, de belangrijke eigenschappen verdeeld zijn over heel verschillende nakomelingen. Dus moet de boer elk jaar opnieuw zaad kopen bij de handel, en zo maakt het zaadbedrijf meer winst. Een groot deel van de mondiale en Nederlandse groenteproductie draait nu op hybrides. Ook in de biologische landbouw worden veel hybrides gebruikt, o.m. omdat de akkerbouwers moeten voldoen aan uniformiteitsnormen van de supermarkt, die met hybrides veel makkelijker te halen zijn dan met zaadvaste rassen. Biologisch zaadbedrijf De Bolster heeft een hybride tomaat gekweekt voor de professionele biologische teelt. Deels heeft dit te maken met het speciale karakter van een hybride (zie kader), deels met het financiële aspect dat ook de biologische veredelaar zijn investering moet terugverdienen. Dat had anders gekund als er nog veredeling was in de publieke sector, voor het algemeen belang. Nu deze ontwikkelingsarbeid geprivatiseerd is, rijst de vraag naar een nieuwe vorm van financiering die monopolisering tegengaat. Stichting Zaadgoed ondersteunt geen veredeling van hybrides, ook niet voor de biologische landbouw.

Genetische manipulatie

Behalve met hybrides is er nog een manier om de boer afhankelijk te maken en dat is genetische manipulatie. Want bij deze techniek heeft het bedrijfsleven het voor elkaar gekregen dat er een juridische uitzondering wordt gemaakt op de regel dat levende organismen niet mogen worden gepatenteerd. Gentechrassen kunnen wel gepatenteerd worden en zo privé-eigendom worden. Alle andere rassen zijn in principe publiek eigendom. Genetisch gemanipuleerde zaden kunnen in tegenstelling tot hybrides wel nageteeld worden, maar dan moet de boer betalen. Zelfs als het zaad per ongeluk op de akker terecht is gekomen, zoals de rechtszaak tegen akkerbouwer Percy Schmeiser liet zien. Niet alleen voor de boeren, ook voor andere veredelaars is het vrije gebruik van gepatenteerde gewassen geblokkeerd. Hierdoor wordt de genetische diversiteit bedreigd. Bij normale, niet-gepatenteerde rassen is er het kwekersrecht om het werk van de veredelaar te beschermen, maar datzelfde kwekersrecht laat ook de ruimte om met rassen van concurrenten verder te veredelen. En dat is goed voor de diversiteit.
Genetische manipulatie heeft eigenlijk een financiële en juridische oorzaak. De gevolgen voor de landbouw en de wereldvoedselvoorziening kunnen enorm zijn. De gentechlobby propageert het oplossen van het wereldvoedselvraagstuk, maar de afhankelijkheid van boeren van dure inkoop en niet-aangepaste rassen maakt het juist erger.
De genetische diversiteit die de basis is voor een gezonde landbouw, zal nog verder afnemen. Nu al is meer dan 90% van de landbouwrassen uitgestorven.

Diversiteit

Stichting Zaadgoed stimuleert biologische veredeling door wetenschappelijk onderzoek te stimuleren en door boeren te ondersteunen die weer zelf aan veredeling doen. Akkerbouwer Joute Miedema (klik op foto boven aan deze pagina)  laat elk jaar duizenden aardappelvariëteiten ontstaan door kruising van ouderplanten die hij uitkiest. Dit geeft een grote diversiteit aan aardappelen, waaruit hij hoopt een goed ras te kweken

Zo zijn er veel boeren die de natuurlijke weg van veredeling weer opgaan. Ook met graan, groenten en voedergewassen. Stichting Zaadgoed ondersteunt dat, met uw hulp.

    

Begrippen:

Plantenveredeling: Het creëren van betere plantenrassen. Dit gebeurt vanouds door selectie uit de natuurlijke variabiliteit en dan is het Klassieke veredeling. Maar tegenwoordig worden steeds meer teelttechnieken (zie F1-hybrides) en laboratoriumtechnieken gebruikt en dan heet het Biotechnologie, waaronder genetische manipulatie valt.

Cultuurgewassen: planten die door boeren en tuinders worden geteeld als voedsel, grondstof of brandstof. 

Selectie: Het uitzoeken van goede (of wegdoen van slechte) planten om na zaadteelt een betere populatie te krijgen. Het zo verkregen zaad wordt zelf ook wel een selectie” genoemd.

Plantenbiotechnologie: laboratoriumtechnieken waarmee planten worden veranderd of gekweekt, zoals weefselkweek, kunstmatige bevruchting, embryokweek, genetische modificatie. Sommige technieken veranderen de plant genetisch niet, zoals dna-analyse, en die kunnen de biologische veredeling ondersteunen als waarnemingsmiddel, en andere wel, zoals genetische modificatie, die in de biologische landbouw niet wordt toegepast.

Genetische modificatie/manipulatie: het kunstmatig veranderen van de genetische samenstelling van een plant. Hierdoor worden genen die afkomstig zijn van andere plantensoorten of zelfs van dieren, die op een natuurlijke wijze niet kunnen kruisen, met geweld verenigd.  Dit is geen bezonnen knip-en-plakwerk maar een blind gebeuren met onvoorziene gevolgen dat daarom ook “Shooting in the dark” genoemd wordt. Dit bezwaar geldt ook voor cisgenese, waar de Wageningse universiteit aan werkt. Hierbij wordt met dezelfde invasieve technieken genetisch materiaal uit verwante soorten ingebracht.
Planten die zo zijn veranderd worden ggo's genoemd (genetisch gemodificeerde organismen) of gmo’s (genetically modified organisms). Zie verder in de tekst.

F1-hybriden of hybrides: dit zijn geen zaadvaste rassen; bij nateelt ontstaat er een brede variatie aan eigenschappen. Hybrides worden gemaakt door jarenlang ingeteelde lijnen met elkaar te kruisen. De eerste nakomelingschap (F1) is uniform, maar de volgende generatie (F2) splitst uit.

Je kunt dit als volgt voorstellen: stel dat een ingeteelde zwarte muis kruist met een ingeteelde witte muis, en de  kinderen (F1) allemaal grijs zijn. De kleinkinderen (F2) zijn dan zeer variabel van wit en lichtgrijs tot donkergrijs en zwart.

Plantenveredelaars proberen planten te kruisen die bijvoorbeeld een hoge opbrengst hebben met planten die er mooi uitzien. De F1 hybride geeft dan een hoge kilo-opbrengst van mooie vruchten, maar de volgende generatie splitst uit in heel andere planten. F1-hybriden hebben dus de voordelen van beide ouders alleen in de eerste generatie. Daarom moet de boer elk jaar nieuw zaad kopen. Bovendien komt er uit de kruising van 2 ingeteelde ouders een soort groeispurt die een grotere kilo-opbrengst geeft. Dit heet het heterosis-effect. Vanuit biologisch-dynamische hoek zijn er zorgen over wat dat betekent voor de voedingskwaliteit.

Veredelingsbedrijven: bedrijven die zaden ontwikkelen, veredelen, produceren en verkopen. Nederlandse zaadveredelingsbedrijven zijn,  naast die uit Amerika, Japan en Frankrijk, wereldwijd actief en toonaangevend.  De 10 grootste zaadbedrijven hebben 80% marktaandeel, maar door fusies worden het steeds minder bedrijven die het gros van de voedselvoorziening bedienen.