terug naar archief

Kiemkracht is het periodieke orgaan van de stichting Zaadgoed, voor biologische zaadwinning en zaadverbetering.

Op de website van Zaadgoed worden enkele artikelen geplaatst en een opsomming van de inhoud.
Meer weten of een exemplaar bestellen? Wordt dan donateur en u bent verzekerd van gratis toezending van Kiemkracht.

Winter / Voorjaar 2004


Werken aan biologische wortels

Interview met Edith Lammerts van Bueren, de initiatiefneemster van Stichting Zaadgoed.

Brigitte Langner

Vanaf 2004 is het zover: biologische boeren in de hele EU moeten vanaf dat moment biologisch zaadgoed gebruiken voor de teelt van gewassen. De door de EU gestelde deadline van 2004 heeft voor zaadbedrijven en biologische telers de nodige duidelijkheid geschapen om serieus aan de ontwikkeling van biologische zaadproductie te werken.

De Stichting Zaadgoed heeft vijf jaar geleden het voortouw genomen om de biologische plantenveredeling op gang te brengen. Wat is bereikt in vijf jaar werk, kan de biologische keten nu gesloten worden en is biologisch voedsel vanaf nu van zaadje tot eindproduct biologisch?
Op het sfeervolle, in stralende herfstkleuren gedompelde landgoed De Reehorst blikken we samen met Edith Lammerts, gespecialiseerd in de plantenveredeling op het Louis Bolk Instituut, terug op de eerste vijf jaar Stichting Zaadgoed.

Wat is de stand van zaken rond biologische veredeling nu?

Edith: "De biologische sector is nog volop in beweging. Weinig consumenten beseffen dat de biologische keten aan het begin nog afhankelijk was van nietbiologisch geteeld zaad. Simpelweg omdat het er niet in voldoende mate was.
Voor Nederland heeft de Stichting de rol op zich genomen om als vliegwiel dit thema in verschillende gebieden op de agenda te zetten. Het unieke van de Stichting is dan ook het bijeenbrengen van de verschillende spelers in het veld om de ontwikkeling in versnelling te brengen."
Daarom weerspiegelt de samenstelling van het bestuur de taken van de Stichting: beleidsbeïnvloeding, formuleren van onderzoeksprojecten die buiten de gebaande paden van de commerciële veredeling liggen, belangstellende telers kennis verschaffen over klassieke veredelingsmethoden, maatschappelijk draagvlak creëren door consumenten te informeren en leden te werven.
Edith: "De Stichting is vooral een kennis- en coördinatiecentrum en het belangrijkste is de katalysatorfunctie." Edith is ook voorzitter van de Europese organisatie voor biologische veredeling: ECO-PB, opgezet naar het model van de Stichting Zaadgoed. Deze organisatie brengt de verschillende nationale belangen op één noemer en lobbyt in Brussel voor de juiste regelgeving. Edith: "Zo worden ook op Europees niveau de krachten gebundeld en samenwerking gestimuleerd. De eerste Europese conferentie is vorig jaar gehouden en nu staat de eerste wereldconferentie voor biologische zaden voor 2004 gepland. Maar biologische zaadteelt, dat wil zeggen het biologisch zaad telen van rassen die voor de gangbare landbouw zijn veredeld, is nog maar de eerste stap op weg naar biologische plantenveredeling. Dus op weg naar nieuwe rassen die specifiek voor de behoeften van een biologische teler en consument veredeld zijn."

Waarin onderscheidt de biologische veredeling zich van de gangbare, moderne commerciële veredeling?

Edith: "Allereerst gaat het om andere of extra raseigenschappen die voor de biologische teelt nodig zijn. Omdat er geen chemische ziektebestrijdings- en onkruidmiddelen gebruikt worden, moeten er rassen komen die van zich uit een brede weerstand hebben en door hun bladgroei eerder de bodem bedekken zodat onkruid geen kans krijgt. Maar ook rassen die goed presteren bij minder mest. En vooral: die goed smaken.
Naast eigenschappen die passen bij de ecologische landbouw gelden er ook ethische aspecten die te maken hebben met de manier waarop veredeld wordt. Genetische manipulatie wordt niet alleen afgewezen vanwege de risico's van overwaaien van stuifmeel van gemanipuleerde gewassen, maar ook omdat deze techniek de plant uit elkaar rafelt tot op DNA-niveau en dan weer met stukjes DNA uit een ander soort met hormonen in elkaar zet. Dat is niet de manier die recht doet aan de integriteit van de plant. Een plant is immers meer dan een klomp cellen waarvan je eigenschappen naar wensen van de veredelaars kan mixen met vreemde genen.
Biologische landbouw ziet nog genoeg uitdagende mogelijkheden om de zogenaamde klassieke veredelingsmethoden, zoals selecteren van de beste planten op het veld, verder te ontwikkelen zonder dat laboratoriumtechnieken nodig zijn."

Projecten

De concrete activiteiten van de Stichting waren zeer succesvol. De 'Groene Zadengidsen' hebben voor de telers en veredelaars de functie van inventarisatie van het beschikbare aanbod van biologische zaden maar ook van de tekorten. Het ministerie van Landbouw zal dit overzicht als officiële database voortzetten.
De Stichting heeft onder telers naam gemaakt als kenniscentrum. De cursus 'Selectie in eigen boerenhand' is reeds twee keer georganiseerd en een groot succes. De cursus wordt nu ook voor België georganiseerd. Edith: "De cursus zorgt als het ware voor een kweekvijver van boeren die belangstelling hebben of krijgen om de biologische zaadteelt of de veredeling op eigen boerenbedrijf op te pakken. Telers die de cursus volgen leren opnieuw het veredelingsproces op waarde te schatten. Sommige telers realiseren zich daarna dat veredeling een vak apart is en een brug te ver voor hen. Anderen worden juist bevestigd in hun enthousiasme om op hun eigen boerenbedrijf één gewas waar zij een speciale binding mee hebben, verder te ontwikkelen en geschikt te maken voor hun eigen bedrijf maar ook voor dat van andere biologische telers."

Dankzij financiering van promotieactiviteiten door verschillende fondsen heeft de Stichting de laatste drie jaar een respectabele ledengroei gezien. Veredeling is voor de meeste mensen een ver-van-mijn-bedshow of bijzonder negatief beladen door de recente technologische ontwikkelingen zoals genetische manipulatie in voedselgewassen.
Op markten, zoals afgelopen zomer op het Muiderslot, waar een hele tuin met oude groenterassen instandgehouden wordt blijkt echter een grote belangstelling voor de alternatieve veredeling te bestaan onder het publiek. Edith: "Dankzij de donateursbijdragen is het makkelijker om bij andere fondsen de nodige aanvullende financiering te kunnen werven."

Er is ook een samenwerkingsproject met de Wageningse genenbank afgerond. De genenbank bewaart zaden van een groot aantal oude groenterassen in de diepvries die niet meer in de industriële teelten gebruikt worden. Niet telen betekent voor gewassen verdwijnen. Hier ligt een schat aan waardevolle planteneigenschappen opgeslagen die anders verloren gegaan was, ons culturele erfgoed, dat door de eeuwen heen door boeren zelf is ontwikkeld.
Edith: "De samenwerking met de genenbank is belangrijk omdat hier de bron is voor genetische diversiteit, of te wel een rijke schat aan meest diverse planteneigenschappen. In een selectieproef op het veld hebben we een groot aantal oude uienrassen vergeleken en de rassen met nuttige eigenschappen geselecteerd. Soms wordt er ook een vergeten ras herontdekt zoals de gele peen. Met de naam 'gele Limburger' omdat die in Limburg ontstaan is. Met het volgende project gaan we op zoek naar de mogelijke rol van een dikkere waslaag op koolbladeren voor een hogere weerstand bij kool voor schimmels en insecten. Daarvoor worden diverse oude koolrassen naast elkaar uitgezaaid en vergeleken."
De hamvraag is of wij als consument er nu op kunnen vertrouwen dat de oorsprong van al onze biologische groenten biologisch is. Edith: "Het belangrijkste begin is er, maar het aanbod van biologische zaden is zeker nog niet volledig. Van een aantal gewassen ontbreken nog geschikte rassen die nodig zijn om jaarrond biologisch te kunnen telen, bijvoorbeeld van prei en peen. In de wortelteelt hebben we de techniek van de zaadteelt nog niet onder de knie. Zo gaat bij peen nog te veel zaad door lastige schimmels verloren. Met chemische bestrijdingsmiddelen in de gangbare landbouw had men daar geen last van, daarom is aan dit probleem nooit aandacht besteed. Op dit vlak valt er voor de biologische landbouw nog veel te verbeteren."

Dus, er moet nog heel wat werk verzet worden aan de biologische wortel, en maatschappelijke steun blijft hard nodig, ook vanuit de consumenten.

terug naar inhoud